Interview met Geeske Bies
‘Aandachtsgebieden Stellingwerven’ is een langlopend project van 14 jaar met de bedoeling om de overgeërfde armoede in de Stellingwerven op te heffen. Geeske Bies, projectleider Provincie Fryslân, zegt hierover: “Dat is nogal een streven en dat los je niet in 4 jaar op, dus vandaar dat Provinciale Staten toen voor zo’n langlopend project hebben gekozen, in de hoop een duurzame verandering teweeg te brengen. Het project is ingebracht als cofinanciering bij de Regio Deal. Na 7 jaar hebben we geëvalueerd en kwamen we tot de conclusie dat onze ambities, bijvoorbeeld om het inkomen omhoog te brengen, moesten worden getemperd. We hebben daarna meer ingezet op micro niveau en dat had meer effect.”
Het Haerenkwartier
Geeske Bies vertelt over één van de initiatieven binnen het project: “Het Haerenkwartier in Oosterwolde was een probleemwijk. Mensen kwamen overal vandaan op de goedkope huurwoningen af en hadden eigenlijk niks met de buurt en dat kwam de buurt niet ten goede. Uiteindelijk is besloten om alle oude woningen af te breken en een nieuwe wijk te bouwen. 40% van de bewoners besloot te verhuizen. De mensen die bleven zijn betrokken bij hoe de wijk er uit moest komen te zien. Nu staat er een volledig nieuwe wijk met energie neutrale en toekomstbestendige woningen.
“Een gebouw in de wijk “Het Ketelhuis” is blijven staan en heeft een facelift ondergaan. Het fungeert in nieuwe vorm nog steeds als buurthuis. Er wordt van alles voor jong en oud georganiseerd. De beroepskracht die daarvoor is aangesteld is inmiddels de vertrouwenspersoon van de buurt geworden.”
De dorpsvlechter van Noordwolde
Ook in Noordwolde is veel veranderd. Eerst zijn er fysieke verbeteringen gedaan aan het dorp. Er waren veel leegstaande winkels, maar daar is nu verandering in gekomen. Daarnaast heeft ook het Vlechtmuseum een upgrade gekregen. De fysieke veranderingen van het dorp zorgden voor een positievere kijk van de inwoners op het dorp. Daarnaast is ook gewerkt aan het versterken van de sociale cohesie. In Noordwolde is een zogenoemde ‘Dorpsvlechter’ aangesteld. Geeske Bies vertelt: “Hij kent iedereen in het dorp en helpt bijvoorbeeld in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod. Een weduwe die de tuin niet kan onderhouden? Dan zorgt hij ervoor dat er een grasmaaier komt en iemand die uitlegt hoe die werkt of er komt iemand grasmaaien. Hier zijn ook de ‘lief- en leed’ straten ontstaan. Mensen kijken naar elkaar om als er iets voorvalt, bijvoorbeeld een geboorte, een sterfgeval of een ziekenhuisopname. Ook worden er buurtbakkies georganiseerd.” Voor jongeren die vastliepen is er een succesvol jongerenproject gestart.
De mienskip komt uit de mensen zelf
Uiteindelijk ontstaat ‘de mienskip’ tussen mensen en dat is iets dat niet van achter een bureau tot stand kan worden gebracht. Daarom zijn dit soort initiatieven zo waardevol en ze dragen bij aan de onderlinge betrokkenheid tussen de bewoners. Ik geloof niet zo in de maakbaarheid van de samenleving, want er gebeurt in een samenleving te veel dat je niet in de hand hebt. Maar in menselijke zin draagt dit project zeker bij aan de mienskip.

